Versterkers
Het doel van een versterker is niet alleen om het geluidssignaal groter te maken, maar dit moet ook gecorrigeerd kunnen worden en probleemloos doorgegeven worden aan de verschillende niveau's binnen dit systeem.
Versterkers leveren meer vervorming bij een hoger vermogen, fors oplopend bij oversturing van het systeem. Een versterker werkt altijd volgens 1 principe en dat kan zijn:
- Klasse A versterking: een goede geluidkwaliteit met een laag rendement.
Hierbij wordt een geluidssignaal als een volledige signaalgolf verwerkt, een opsplitsing met daarna weer een samenvoeging van deze signaalgolf gedurende de versterking is hier niet toegepast. Dit betekent daarom een zware belasting op de transistoren en is de oorzaak van het lage rendement.
- Klasse B versterking: schakel -en overnamevervorming (cross-over) met een hoog rendement. Hierbij wordt een geluidssignaal niet als een volledige signaalgolf verwerkt. Men past bij dit type versterking afzonderlijke transistoren toe ter versterking van een positieve -en negatieve golfhelft, met als resultaat een hoog rendement. De schakel -en overnamevervorming treden op, op die punten waar de positieve -en negatieve golfhelften samengevoegd worden.
Je kan het versterkervermogen onderverdelen in:
- Een continue vermogen: een vermogen voor onbeperkte tijd.
- Een muziek vermogen: een vermogen van kortstondige duur.
Een versterker werkt met twee soorten van ingangen:
- Ingangen aangepast op een lage spanningsafgifte (microfoon, walkman)
- Ingangen aangepast op een lijnniveau (instrument, harddiskrecorder)
Toonregeling op een versterker is functioneel als het gaat om het corrigeren van minder gewenste effecten die kunnen optreden bij een ongunstige kamer-akoestiek. Ook het afval in het laag van de speakers kan je hiermee "ophalen" en voor dit en andere akoestische problemen kan de toonregeling worden gebruikt.
De meeste versterkers bezitten een 2-bands toonregeling, 1 voor de lage tonen en 1 voor de hoge tonen. Sommige versterkers hebben een extra regeling voor het middengebied en men spreekt dan van een 3-bands toonregeling.
Een toonregeling is niets meer dan een filterregeling,
bij versterkers bestaan 2 typen filters.
- Actieve filters: toonregelfilters waarmee je een bepaald deel in het frequentiegebied kan versterken of verzwakken.
- Passieve filters: tooncorrectiefilters die de signaalsterkte in het frequentiegebied manipuleren.
Passieve filters zijn:
Scratch-filter: werkzaam in de hogere frequentiegebieden en bedoeld om ruis weg te filteren.
Rumble-filter: werkzaam in de lagere frequentiegebieden en bedoeld om motorlawaai, resonanties en dergelijke weg te filteren.
Loudness-filter: dit filter versterkt slechts de hoge en lage frequentiegebieden en werkt effectief op een laag luisterniveau.
Subsonic-filter: dit filter blokkeerd de lage frequenties ter voorkoming van overbelasting of evt. kortsluiting van de transistoren in de eindversterkers of van het speakersysteem.
Muting-filter: dit is een "stilte" filter en deze verlaagt het niveau naar fluister sterkte, meestal een verzwakking van -20 dB.
|