Maat en Ritme
Maat is de verdeling van de duur van een muziekstuk in (meestal) gelijke tijdsdelen.
Deze tijdsdelen noemen we maten, ze worden herkenbaar door een accent aan het begin van elk tijdsdeel.
Ritme is de steeds wisselende toonduur-indeling.
Pulse, beat, polsslag, is een doorlopende, niet geaccentueerde slag.
Door accentuering ontstaat de maat.
Metrum is de regelmatig terugkerende versmaat,
dat wil zeggen een bepaald ritme, bijvoorbeeld lang - kort, dat als basis fungeert
voor het ritme van een muziekwerk. Het metrum is verantwoordelijk voor de cadans die in muziek aanwezig kan zijn.
Om de verschillende maten van elkaar te onderscheiden gebruiken we maatstrepen. De noot na de maatstreep wordt geaccentueerd. We hoeven dit niet extra aan te geven.
Het systeem van de notenwaarden berust op een splitsing telkens in twee gelijke noten.
B.v. de halve noot is gesplitst in twee even lang durende noten, de kwartnoten. Wanneer we een noot op willen delen in b.v. drie gelijke noten, of een noot drie maal i.p.v. twee keer zo lang willen maken. Dan ontbreken ons daarvoor de nodige symbolen voor notenwaarden. Dergelijke ritmes kunnen met behulp van de volgende hulpnotaties geschreven worden.
Noot met een punt. Een punt achter een noot genoteerd verlengt deze noot met de helft van zijn tijdswaarde. De noot krijgt daarmee een duur van 3/2 maal zijn oorspronkelijke duur.
Verbindingsboog Een verbindingsboog verlengt de duur van de eerste noot met de duur van de tweede. De tweede noot wordt niet meer gespeeld.
Triool De triool notatie gebruiken we wanneer we een noot willen splitsen in drie even lang durende noten. De triool is een ritmisch figuur dat tegen het gevoel van natuurlijke verdeling in tweeën ingaat en daarmee ingaat tegen het metrum. We noemen de triool daarom een antimetrisch figuur.
Andere antimetrische figuren zijn b.v. :
Quintool: verdeling van een noot in vijf gelijke delen en deSextool: verdeling van een noot in zes gelijke delen.
Soms is de verdeling in drie noten de gebruikelijke, een verdeling in tweeën gaat dan tegen het metrum in. De Duool die dan ontstaat is ook een antimetrisch figuur.
|