De woningscheidende muur
Een gemetselde muur van 21 cm dikte met aan weerszijden een pleisterlaag wordt veel als woningscheidende muur toegepast. Mits goed gemetseld (alle voegen "vol" en "zat" in de specie om geluidslekken te voorkomen) heeft deze muur een isolatiewaarde van 50 dB. en een isolatie-index voor luchtgeluid van 0 dB. (Contactgeluid is een probleem van compleet andere aard).
Door deze muur is echter
- een zeer luide TV of Stereo hoorbaar
- een luid gesprek juist hoorbaar maar niet verstaanbaar en
- een normaal gesprek onhoorbaar.
Het spreekt voor zich dat deze indicatie nogal subjectief is; de ene hoort meer dan de ander.
Diezelfde muur van 21 cm (gepleisterd in totaal 22 cm dik) is soms toch slecht. Dat kan komen door geluidslekken ten gevolge van slordig metselwerk, gebrekkig aangesloten elektra, telefoon etc. Ook door het krimpen van het hout van de kozijnen in de gevel ontstaan krimpnaden die veel geluid kunnen doorlaten.
Is de muur twee keer zo dik, dus 44 cm inplaats van 22 cm, dan betekent dit een verdubbeling in het gewicht. Dat geeft een verbetering van de isolatiewaarde met 5 dB. Je kan dus stellen dat verdubbeling van het gewicht van een constructie een verbetering van 5 dB isolatiewaarde oplevert.
Voor deze muur van 44 cm rekenen we een isolatie-index van +5 dB. Maar ja, daar heb je dan ook bijna een kateelmuur voor gemetseld! Vandaar dat er in de praktijk andere oplossingen worden gezocht voor het optrekken van geluidsisolerende wanden. Een spouwmuur van tweemaal een halve steen (11-5-11 cm) is een veel toegepaste manier. Voor de constructieve stijfheid zijn daarbij spouwankers vereist waardoor de verbetering voor een deel weer wordt teniet gedaan (de spouwankers zijn geluidsbruggen). Zo'n muur is wat beter dan een massieve van 22 cm maar wanneer de vloeren onder de muur doorlopen, is de verbetering te verwaarlozen.
De nieuwste ontwikkeling is dan ook een constructie van twee "zelfstandige" muren, uit constructieve overwegingen ieder 15 cm dik en op een afstand van minimaal 4 cm van elkaar. Deze ankerloze spouwmuur weegt slechts 140 Kg meer per m2, is 12 cm dikker dan een steensmuur en 7 cm dikker dan de vorige spouwmuur. Uiteraard alleen toepasbaar wanneer het bouwplan nog getekend moet worden. Een zorgvuldige uitvoering is van groot belang i.v.m. geluidslekken en omloopgeluiden.
In de "gietbouw" (betonwanden) weegt een muur van 18 cm beton zo'n 400 Kg/m2 en is daarmee vergelijkbaar met een steensmuur (400 Kg) of een spouwmuur met ankers (400 Kg). Voordeel van zo'n gegoten wand boven een gemetselde is dat geluidslekken ten gevolge van openingen of dunne plekken in de muur sporadisch of nooit voorkomen, helaas kunnen de aansluitingen soms geluidslekken geven.
Dus kort samengevat, een samenhang van drie verschillende factoren;
A. luchtgeluid/contactgeluid,
B. isolatiewaarde en het gewicht (de massa)
C. geluidslekken en flankerende geluidsoverdracht
komen bij ieder geluidsprobleem om de hoek kijken. Wat te doen?
Een spouw tussen twee woningen vullen met zand moet je niet doen.
Los van het werk is het resultaat zeer twijfelachtig.
Je krijgt nooit alles precies vol, het is niet te controleren, het kan er door een gat onderin weer uitlopen, zand klinkt in waardoor bovenaan weer een holle ruimte ontstaat, om nog maar niet te spreken van de problemen bij aansluitingen met de gevel.
Het zand "stabiliseren", iets toevoegen waardoor het stabiel wordt en niet meer wegloopt of inklinkt, heft een eventuele werking volledig op.
Deze spouwmuren volspuiten met kunststofschuim werkt ook niet. Controleer liever op geluidslekken, bij een houten balklaag ook onder de vloer en in het plafond. De balken zijn gekrompen en langs iedere balkkop zijn kieren ontstaan. Afkitten met butylkit. Een halve steen metselen voor een bestaande muur is absoluut geen goed idee. Die wand kan nooit een homogeen geheel worden met de muur die er al staat en het uiterst dunne luchtlaagje in de krimpnaad tussen beide muren werkt als een stijve "veer" met als resultaat: verslechtering van de toestand. Wat wel een goede oplossing kan vormen is het aanbrengen van een (raar woord) buigslappe voorzetwand. Het effect daarvan is dat bepaalde doorgegeven trillingen worden gesmoord.
Hoe maak je nu zo'n buigslappe voorzetwand?
Voordat je begint: het verdient aanbeveling om alle stopcontactdozen en andere aansluitingen te verplaatsen naar andere muren. Over de hele wand bevestig je minerale woldekens (glas- of steenwol) van 6 cm dikte. Kies een niet-ingepakte kwaliteit en zorg dat ze goed tegen elkaar aansluiten. Zet hiervoor, geklemd tussen vloer en plafond, houten regels van 5x7 cm. Eventueel kun je gebruik maken van een onder- en bovenregel. Kies de onderlinge afstand van de staanders tussen de 50 en 60 cm. De regels mogen de minerale woldeken samenpersen tot zo'n 3 cm. Breng vervolgens dwars over de staanders (dus in de lengterichting van de wand) gipskartonplaten aan. Deze platen spijker je vast met aluminium nagels. Je moet deze niet wegdrevelen maar juist zover erin slaan dat de voorkant gelijk komt met de gipskartonplaat.
Let op: bij de vloer moet je een naad van zo'n 2 tot 3 mm houden. Die moet je straks afdichten met siliconenkit! Ook tussen de platen onderling moet er zo'n naad blijven zitten. (Een handigheidje: sla spijkers van 2 mm dik gedeeltelijk in de regels ter ondersteuning van de te bevestigen plaat. Zet de plaat vast, haal die spijkers weg en je hebt de gewenste naad). Deze naden werk je anders af: snij met een scherp mes het papier over een afstand van 3 tot 4 cm van de naad door en trek het papier eraf. Vul de naad met een voegvulmiddel. Voordat je het geheel opvult plak je over de volle lengte van de naad een 5 cm brede glasvezelstrook in het nog natte vulmiddel. Vul daarna het geheel op en schuur het na verharding glad.
In plaats van vrijstaande houten regels kun je ook latten op vilt toepassen. Deze latten, beter gezegd de viltstroken, spijker je tegen de muur op dezelfde onderlinge afstand van 50 tot 60 cm.
Heb je een betonmuur dan kun je ze ook lijmen met een montagekit. Tussen de latten weer de minerale wol, over de latten de gipskartonplaat.
Bij dit alles spelen afmetingen van de wand, het al of niet aanwezig zijn van lichte, loodrecht op de muur staande tussenwanden of een schoorsteenkanaal een niet te verwaarlozen rol. Door flankerende geluidsoverdracht of niet te isoleren gedeelten kan weer veel van het effect, zo niet alles teniet worden gedaan.
|