de Mengtafel
Hoewel elke mengtafel qua lay-out verschilt, hoeft hij eigenlijk niets anders te doen dan een aantal audiosignalen van geringe sterkte te "behandelen" en er een totaalsignaal van te maken, dat naar een eindversterker gestuurd kan worden. Dit alles, zonder iets aan het signaal toe te voegen (ruis, brom en vervorming) of het oorspronkelijke signaal te veranderen, voordat het door de toonregeling is geweest.
Op een mengtafel tref je aan:
Microfoon & lijningangen
In de praktijk zitten beiden meestal op 1 ingangsbus en worden met een schakelaar omgeschakeld. De microfooningang moet symetrisch zijn met een impedantie van ongeveer 1000 ohm i.v.m. (mis)aanpassing. De lijningang is a-symetrisch, met een impedantie van 20 kohm of hoger. Met een PAD-schakelaar kan men de ingang nog 20 dB verzwakken.
Faseschakelaar
Hiermee kan je het uitfase staan van microfoons in een handomdraai verhelpen. Eventuele rondzingproblemen zijn hier ook mee te verhelpen. Dat noem je een akoestisch faseprobleem, doordat microfoons te dicht op elkaar staan. Zet de microfoons onderling uit fase en het probleem is opgelost.
Gainregeling
Dit is een voorversterkingsregeling waarbij het signaal dusdanig geregeld wordt dat het net onder de oversturingsgrens ligt.
Toonregeling
Toonregeling geeft de mogelijkheid de klankkleur per kanaal te regelen.
- het hooggebied werkt tussen de 3.000 en 15.000 Hz
- het Hi-Mid werkt tussen de 2.000 en 8.000 Hz
- het Low-Mid werkt tussen de 200 en 2000 Hz
- het laaggebied werkt tussen de 40 en 300 Hz
Auxilary-lijnen
Dit zijn "aftakkingen" van een programma. Elk kanaal bezit 1 of meerdere van deze lijnen, die door een regelaar naar een aux-uitgang gestuurd worden.
Routing
Hiermee kan je een bepaald signaal sturen naar een subgroep, zodat dit signaal geen deel meer uitmaakt van het totaal.
Voorafluistering Met behulp van deze schakeling kun je het signaal van een bepaald kanaal afluisteren terwijl de fader dicht staat. Je herkent dit soort schakelaars aan de tekst pfl.
Pan-pot
Met deze panoramapotmeter kan het signaal over twee menglijnen verdeeld worden om een stereobeeld te maken.
Faders
Hiermee wordt de signaalsterkte bepaald, waarbij het mogelijk is om met 1 handeling het totaalprogramma te regelen. Slechte faders herken je aan een ruwe, schoksgewijze bedieningsloop.
Subgroepen
Dit zijn eigenlijk eindfaders die buiten het systeem van de tafel staan en waarmee je meerdere signalen op een eenvoudige manier kunt regelen zonder de onderlinge verhoudingen van de groepsfaders te moeten veranderen. Met de routing worden de afzonderlijke signalen naar de subgroep gestuurd.
Inprik -of insertiepunten
Dit zijn onderbrekingspunten, waar tussen rand -en effectapparatuur zijn aan te sluiten. Tafels kunnen ook inprikschakelaars hebben waarmee ingeregelde kanalen tijdelijk buiten het circuit gehouden worden, zodat het risico van ongewenst storen op het betreffende kanaal uitgesloten is. De insertiepunten zitten bij de ingangen, subgroepen en uitgangen.
Aux-sends
Dit zijn de totaalvolumeregelaars van het aux-signaal dat de tafel uitgaat.
Effectreturns Op dit punt zit meestal het retoursignaal van de rand -en effectapparatuur. In de meeste gevallen is dit het terugkerende signaal van de echo.
Mains out
Dit zijn uitgangen waar meestal cross-over filterapparatuur op aangesloten is.
Monitor
Dit is het afluistersysteem voor de studioruimte. De afregeling moet onder handbereik van de afluisterplek zitten, omdat op deze plaats ook de luisterindruk gedaan moet worden.
Meters
Omschakelbare meters zijn noodzakelijk en geven de mogelijkheid de diverse signalen die op de tafel in -of uitgestuurd worden te meten. Denk aan de binnenkomende signalen van de diverse apparatuur, of de uitgaande signalen of retoursignalen van rand -en effectapparatuur.
Flightcase
Dit is de verpakking voor al de apparatuur tijdens vervoer. De apparatuur is hierin schokvrij verpakt, doordat het als het ware "drijft" in het schuim. Dit soort koffers is een garantie voor een lange levensduur van de apparatuur.
|