Muziektheater in Nederland : JCSU UrsemJCSU musical · Aktes Titanic · rollen in de Titanic · Belangrijkste personages Titanic · introductie Titanic · Stichting JCSU musicals · Immy Stoop · Kees Moltmaker · Cees Edam · Michael Diederich · Ineke de Geus · Rob Stoop · Jesus Christ Superstar · Moordmysterie Charles Dickens · Het mysterie van Charles Dickens
|
.
Belangrijkste Personages
Kapitein Eduard SmithEdward John Smith begon zijn zeevaarderscarrière op zijn 13e levensjaar toen hij naar Liverpool ging om daar als leerling te werken bij Gibson & Co. In 1880 begon hij bij White Star Line en kreeg zijn eerste baan als kapitein in 1887. Door de jaren heen zou hij onder andere het commando voeren over de Republic, de Coptic, Majestic, Baltic, Adriatic en Olympic. Hij ontwikkelde een reputatie bij de passagiers en bemanning als een flamboyante persoonlijkheid. Enkele passagiers wilden alleen met de Adriatic varen als hij aan het roer stond. Na 1904 werd het traditie dat hij de White Star Line´s nieuwste schepen op hun eerste vaart begeleidde. Het was daarom ook geen verrassing dat hij kapitein van de Titanic werd op haar reis in april 1912. Smith was getrouwd met Elanore en ze hadden een jonge dochter, Helen. Op de dag van vertrek kwam Smith om 07:00u aan boord van de Titanic om voorbereidingen te treffen voor het laden van handelsgoederen. Tijdens de vaart at hij gebruikelijk aan een kleine tafel in de salon of in zijn hut, samen met zijn persoonlijke hulp. Op de avond van de 14e april echter, woonde hij een door George Widener en zijn familie gegeven diner ten ere van hem bij. De crème de la crème van de society aan boord van de Titanic was daarbij aanwezig. Hij was mogelijk echter ongerust over het ijsgebied waarover hij verscheidene waarschuwingen had gekregen gedurende het weekend. Hij verexcuseerde zich voortijdig en ging naar de brug om met 2e officier Charles Lightroller de situatie en temperatuur te bespreken. Daarna ging hij naar bed. Om 11:40 werd hij wakker van de botsing met de ijsberg en haastte zich naar de brug. Hij ontving het rapport van het ongeluk van 1e officier William Murdoch en inspecteerde vervolgens samen met Thomas Andrews (de architect) de schade die het schip geleden had. Hij gaf onmiddellijk de order om de reddingsboten klaar te maken, maar twijfelde toen het kwam tot het geven van de order om ze te bemannen en te laten zakken. Na aandringen van Lightroller gaf hij uiteindelijk het commando. Verbazingwekkend weinig is bekend over Smith´s acties in de laatste twee uur van het schip. Zijn legendarische leiderschap lijkt hem verlaten te hebben en hij was voor zijn doen besluiteloos en voorzichtig. Hij is voor het laatst gezien in de omgeving van de brug nadat hij de laatste order om het schip te verlaten had gegeven. Zelf maakte hij geen aanstalten om het schip te verlaten. Zijn lichaam, als het geborgen zou zijn, is nooit geïdentificeerd.
De Eigenaar : Joseph Bruce IsmayJoseph Bruce Ismay werd geboren in Crosby, vlakbij Liverpool op 12 December 1862. Hij was de oudste zoon van Thomas Henry Ismay en Margaret Bruce. Thomas Ismay was senior partner in de firma Ismay, Imrie & co en oprichter van de White Star Line. Bruce ging naar school en een jaar naar Frankrijk, voordat hij een stage begon bij Thomas Ismay voor vier jaar. Daarna maakte hij een wereldreis, waarna voor een jaar uitgezonden naar de kantoren van White Star Line in New York. Hier werd hij "company agent". In 1888 trouwde hij met Julia Florence Schieffelin en kregen ze twee zoons en twee dochters. In 1891 keerde hij samen met zijn familie terug naar Engeland waar hij partner werd in de firma van Ismay, Imrie & co. Thomas Ismay overleed in 1899 en Bruce werd "head of Business". Op een zomeravond in 1907 dineerde hij met Lord Pirrie, partner in de firma van Harland & Wolff, een scheepbouwer met wie hij al lang en voorspoedig samenwerkte. Gezamenlijk besloten ze dat voor schepen hoge snelheid, hoewel wenselijk, niet het essentiële element was om de golf immigranten te winnen voor de overtocht naar Amerika. Ze zouden zich concentreren op zo groot mogelijke schepen met zo veel mogelijk capaciteit en tegelijkertijd eerste en tweede klas overdadig luxueus uitvoeren om zo de rijke middenklasse te vangen. Ismay ging altijd mee met de eerste vaart van de schepen, en de Titanic was geen uitzondering. Op 10 April 1912 kwam hij aan boord met zijn valet Richard Fry en secretaris William Henry Harrison. Ismay overleefde de ramp en werd gered uit reddingsboot C. Gedurende zijn verdere leven inaugureerde Ismay het trainingsschip Mersy, gaf £11,000 aan een fonds voor weduwen van vermiste zeelieden en gaf in 1919 £25,000 om een fonds op te richten voor erkenning van de bijdrage die zeemannen geleverd hebben aan de Eerste Wereldoorlog. Joseph Bruce Ismay stierf op 17 oktober 1937. Het overlijdensbericht in de Times geeft een aantal interessante blikken in zijn persoonlijkheid, maar maakt geen enkele opmerking over de Titanic.
De Ontwerper : Thomas Andrews Jr.Thomas Andrews Jr. werd geboren in Noord Ierland op 7 februari 1873. Hij was een neefje van Lord Price, de toenmalig eigenaar van Harland & Wolff, die jaren later de Titanic zouden bouwen. In 1884 ging hij naar de Royal Belfast Academical Institution, maar op zijn zestiende verliet hij de schoolbanken om bij Harland & Wolff als leerling te gaan werken. Hier werkte hij zich op via verschillende afdelingen tot managing director, verantwoordelijk voor het ontwerp van de schepen. Hij was tot in alle details bekend met de ontwerpen, en maakte er een regel van om met een team van ontwerpers mee te varen op de eerste reizen van de schepen Zo kon hij hun werking beoordelen en aanbevelingen voor nieuwe schepen maken. Hij had dit gedaan bij de Adriatic, Oceanic en Olympic en het was dan ook normaal dat hij zijn vrouw en 2 jaar oude dochter achter liet om met de Titanic te varen. Op de avond van 14 april kleedde Andrews zich met de assistentie van steward Henry Etches rond 19:00u voor het diner. Gewoonlijk at hij samen met de scheepsdokter, Dr O\'Loughlin. Na het diner keerde hij terug naar zijn hut (A-36) om de blauwdrukken te bestuderen en zijn notities uit te werken. Andrews bemerkte de botsing nauwelijks en was onwetend van de problemen totdat hij door Kapitein Smtih naar de brug gesommeerd werd. Later beschreef steward James Johnson hoe hij Andrews en de Kapitein het schip zag inspecteren; ze bezochten de onderlopende postkamer en het squash court, dat zich ook snel met water vulde. Terug op de brug bracht Andrews het nieuws dat naar zijn mening, gezien de schade het schip niet langer dan twee uur zou blijven drijven. Gedurende deze laatste uren dwaalde hij over de dekken, mensen er op wijzend hun reddingsvesten te dragen en zo snel mogelijk aan boord van de sloepen te gaan. Hij is voor het laatst gezien bij het schilderij in de 1e klas "smoking room", zonder zijn reddingsvest, starend in het niets.
Marconist : Harold Bride Harold Sydney Bride werd geboren op 11 januari 1890 in Nunhead, Zuid Londen, als jongste van drie zoons. Nadat hij zijn school afgerond had, leerde hij om marconist te worden. Zijn eerste schip was de Havenford, gevolgd door de Lusitani, de France en de Anslem, voordat hij aanmonsterde op de Titanic. Als Marconist verdiende hij daar 2 pond 26 shilling per maand. Hij deelde de taak met John Philips, en werkte tussen 0200 en 0800 en 1400 en 2000. Op de nacht van het ongeluk bracht Bride de boodschappen naar de kapitein en terug naar de radiokamer, alwaar Philips de apparatuur bediende. Ik voelde niet eens de schok. Ik wist nauwelijks wat er gebeurde tot dat de kapitein kwam. Ik stond naast Philips en zei dat hij naar bed moest gaan toen de kapitein zijn hoofd in de hut stak. "We hebben een ijsberg geraakt en ik laat een inspectie uitvoeren om te bepalen wat voor gevolgen dit heeft gehad. Maak je klaar om een noodsignaal te verzenden, maar zend het niet totdat ik zeg." De kapitein was weg voor ongeveer tien minuten zou ik zo schatten, voordat hij terugkwam. We hoorden een verschrikkelijke verwarring buiten, maar er was niets waaruit bleek dat er een probleem was. De apparatuur wekte prima. "Stuur het noodsignaal", zei de kapitein zonder de hut binnen te komen. "Wat moet ik zenden?", vroeg Philips. "Het internationaal voorgeschreven noodsignaal. alleen dat". De kapitein was weg. Philips begon CQD te zenden. Hij tikte en we maakten grapjes terwijl hij dat deed gedurende een minuut of vijf. Toen kwam de kapitein terug. "Wat stuur je?", vroeg hij . "CQD" antwoordde Philips. De humor van de situatie beviel me. Ik viel in met een opmerking die ons allen deed lachen, inclusief de kapitein. "Stuur SOS", zei ik. "Het is een nieuw signaal en misschien is het onze laatste kans het de gebruiken." Met een lach schakelde Philips over naar SOS. Beide marconisten bleven op hun plek, ook nadat ze toestemming hadden gekregen hun post te verlaten Uiteindelijk werden ze gedwongen de radiokamer te te evacueren, toen het water naar binnen begon te stromen: Het viel me op dat vrouwen en kinderen in de reddingsboten geplaatst werden en dat het schip naar voren begon te hellen. Philips zei dat de radio zwakker begon te worden. De kapitein kwam en vertelde ons dat de machinekamer water begonnen te maken en dat de generatoren het waarschijnlijk niet lang meer zouden houden. We stuurden dit bericht aan de Carpathia. Ik ging aan dek en keek rond. Het water stond al dicht onder het bootdek. Er was veel beweging op het achterdek, en ik heb geen idee hoe de arme Philips daar doorheen kon blijven werken. Hij was een dapper man. Ik heb geleerd van hem te houden die nacht en voelde ontzag toen ik hem zo zag staan, door werkend terwijl iedereen om hem heen in paniek was. Ik zal zijn werk gedurende die laatste vreselijke vijftien minuten nooit vergeten. Ik keek om me heen. Het bootdek stond onder water. Philips bleef zenden en zenden. Hij bleef dit nog tien minuten doen, of misschien wel vijftien minuten nadat de kapitein hem toestemming gaf te vertrekken. Het water begon de radiokamer binnen te stromen. Terwijl hij werkte gebeurde er iets dat ik niet graag wil vertellen. Ik was in mijn kamer om Philips´ geld voor hem te halen, en toen ik door de deur keek zag ik een stoker, of iemand van onderdeks over Philips heen leunen. Philips was te druk bezig om iets te merken. De man haalde het reddingsvest van zijn rug. Bride en Philips waren in staat de stoker te verdrijven, verlieten de radiokamer en gingen het bootdek op. Vanaf het achterschip klonken de noten van de band. Het was een ragtime, ik weet niet welke. Philips rende naar achteren en dat was de laatste keer dat ik hem levend zag. Ik ging naar de plaats waar ik de reddingsboei op het bootdek had gezien en tot mijn verbazing zag ik de boot en de mannen die nog steeds probeerden het van boord te duwen. Ik denk dat er geen zeeman in de buurt was. En ze kregen het niet voor elkaar. Ik liep naar ze toe en wilde ze helpen toen er een golf het dek overspoelde. De grote golf nam de boot mee. Ik had een oor vast en werd meegetrokken. Het volgende wat ik weet is dat ik in de boot zat. Maar dat was niet alles. Ik was in de boot en de boot was ondersteboven en ik was er onder. En ik herinner me dat ik me realiseerde dat ik doornat was en dat wat ik ook deed, ik niet moest proberen adem te halen, omdat ik onder water was. Ik wist dat ik er voor moest vechten en dat deed ik ook. Hoe ik onder de boot vandaan ben gekomen weet ik niet, maar uiteindelijk voelde ik weer lucht in mijn longen. Ik voelde dat ik van het schip weg moest. Ze zag er prachtig uit toen. Rook en vonken schoten uit haar schoorsteen. Er moet een explosie geweest zijn, maar we hebben er geen gehoord. We zagen alleen maar de grote wolk van vonken. Het schip zakte steeds verder op haar neus, zoals een eend doet die ondergaat voor een duik. Bride herinnerde zich dat hij de band kon horen spelen tot het einde, maar niet 'Nearer My God To Thee!\': hij herinnerde zich dat ze 'Autumn' speelden. Hij wist ook dat er weinig zuiging was toen het schip ten onder ging. Uiteindelijk was hij in staat om op de ondersteboven gekeerde romp van boot B te klimmen. Er was net genoeg plaats voor me om op de rand te rollen. Ik lag daar zonder dat het me uit maakte wat er met me zou gebeuren. Iemand ging op mijn benen zitten. Ze zaten tussen de planken ingeklemd en werden geplet. Ik durfde de man niet te vragen om op te schuiven. Het was een afschuwelijk gezicht overal - zwemmende en zinkenden mannen. Ik lag daar en liet de man mijn voeten verwringen. Sommigen kwamen dichtbij, maar niemand stak een hand naar ze uit. De omgekeerde boot had al meer mensen dan het kon dragen en was zinkende. Harold Bride overleefde de ramp, maar zijn voeten waren gebroken en ernstig bevroren door de kou en de positie waarin hij op de romp zat. Hij beschreef de redding door de Carpathia: Eén man was dood. Ik passeerde hem en beklom de ladder, ook al deden mij voeten vreselijk pijn. De dode man was Philips. Hij was gestorven op het vlot door blootstelling aan de kou denk ik. Op de reis naar New York, aan boord van de Carpathia, werkten Bride en een uitgeputte Harold Cottam samen om ontelbare persoonlijke berichten en namen van de geredde mensen naar land te verzenden. Toevallig hadden Bride en Cottam elkaar voor de ramp reeds ontmoet en waren goede vrienden. Na te tragedie bleven ze nog vele jaren contact met elkaar houden. Na een periode in het ziekenhuis keerde Harold Bride terug naar Engeland en bleef uiteindelijk marconist. Tijdens de eerste wereldoorlog diende hij op de Mona´s Isle als telegrafist. Harold trouwde in 1919 met Lucy Johnstone Downie, en het paar kreeg drie kinderen. Harold hield er niet van om over de Titanic te praten. Hij was ernstig bewogen door de hele gebeurtenis, in het bijzonder door het verlies van zijn collega en vriend Jack Philips, wiens dapperheid en standvastigheid hem nooit zouden verlaten. Hij hield niet van de aandacht die hij kreeg als overlevende van de Titanic, en besloot de aandacht te ontvluchten. Hij verhuisde met zijn familie naar Schotland waar hij werkte als een vertegenwoordiger. Harold Sidney Bride leefde de rest van zijn leven in Schotland in relatieve anonimiteit. Hij stierf op 29 april 1956 op 66 jarige leeftijd.
Bron van tekst en fotos Encyclopedia Titanica.
|