Muziektheater in Nederland
De klokken van Corneville


.
Eindhovense Operette Gezelschap
ZONNIG BRABANT
2006 : De klokken van Corneville
.



Germaine:
Ester Rook - van den Berg.
Marjoleine:
Tanja van Langerak
Henri:
Theo van den Hoven
Gaspard:
Berry Reijnen.
Grenicheux:
Peter Vos.
Baljuw:
Ton de Kort.
Notaris:
Teun Heilhof.
Grippardin:
Gerard Reker.
Fouinard:
Johan van den Bersselaar.
Cachalot:
Gerard Reker.
Vriendinnen
van
Marjoleine:
Tineke van den Bersselaar.
Caroline Fieret
Thera van Liempt.
Ria Loonen.
Toos Schmidt.
Ingrid Schrauwen-van Gulick.
Hanneke Verheijen
Regisseur:
Regieassistente:
Marianne Leijtens
Marian Donker
Muzikaalleider:
Ton van de Weem

Deze operette werd uitgevoerd in de Stadsschouwburg van Eindhoven op 27, 28 en 29 oktober 2006.
Op 27 oktober wass de Generale
Op 28 en 29 oktober waren er Matinee (14.00 uur) en Avondvoorstellingen (20.30 uur).
Operette in drie bedrijven (vier taferelen). Tekst: Clairville en Gabet. .
Première: 19 april 1877 in Parijs (Theatre des Folies-De matiques).

De geschiedenis speelt zich af in Corneville in Normandie, begin 1700.

De markies van Corneville is twintig jaar geleden verbannen. Hij heeft samen met zijn kleinzoontje Henri zijn slot verlaten en de zorg ervoor toevertrouwd aan de pachter Gaspard. Gaspard was vroeger in dienst van graaf van Lucenay. Toen deze graaf om politieke redenen moest verdwijnen gaf hij Gaspard zijn vermogen in bewaring en ook zijn dochter liet hij onder diens hoede achter. Gaspard heeft het geld in het kasteel van de markies van Corneville verborgen en zegt tegen iedereen dat het meisje zijn nicht Germaine is. Teneinde pottekijkers te weren speelt hij in het kasteel af en toe voor spook. Gaspard wil dat Germaine met de baljuw trouwt, maar zij heeft haar hand aan de visser Grenicheux geschonken omdat die haar eens het leven zou hebben gered.

Er komt een brik in de haven van Corneville aan. De kapitein ervan is Henri, de kleinzoon van de markies van Corneville, die zich weer in het kasteel wil vestigen. Hij neemt Germaine, Grenicheux en een meisje uit het dorp, Marjoleine, in dienst.
Teneinde te bewijzen dat de spookverhalen onzin zijn doorzoekt hij samen met hen, enige matrozen en de baljuw het kasteel. Ze vinden een map met documenten, waaronder het geboortebewijs van Clemence Lucienne, gravin van Lucenay, die in 1667 is geboren. Omdat dat het geboortejaar is van Marjoleine, die tot nu dacht dat ze een vondelinge was, raakt men ervan overtuigd dat zij de gravin is. Ook wordt de brief van graaf van Lucenay aan Gaspard gevonden waarin deze verzoekt voor zijn dochter te zorgen.

Plotseling. verschijnt Gaspard om weer eens voor spook te spelen. Als de klokken gaan luiden en hij ook nog door Henri en de matrozen wordt betrapt, verliest Gaspard zijn verstand. Tussen Germaine en Henri is een diepe genegenheid ontstaan, maar zij meent dat ze uit dankbaarheid verplicht is met haar redder, Jean Grenicheux, te trouwen. Henri weet echter aan het licht te brengen dat niet deze visser maar een onbekende kapitein haar indertijd uit de golven heeft gered. Die kapitein is. . . hijzelf. Niets zou nu een verbintenis tussen Germaine en Henri nog in de weg staan als er geen spraken was van standsverschil. Maar dan verklaart Gaspard, die weer tot bezinning is gekomen, dat niet Marjoleine maar Germaine de gravin van Lucenay is.

Over de componist: Robert Planquette
Geboren: 31 juli 1848 in Parijs . Overleden: 28 januari 1903 in Parijs.

Na zijn niet voltooide studie aan het conservatorium van Parijs begon Planquette zijn loopbaan als componist met het schrijven van marsen, o.a. Le regiment de Sambre-et-Meuse en chansons als La pavane lorraine en La premiere lepton d'allernand. Hij werd al gauw beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de lichte muziek. Zijn liederen werden gezongen door de grote chansonniers van zijn tijd. Zelf beschikte hij ook over een aangename baritonstem; waardoor hij makkelijk met hen kon concurreren. Hij componeerde drie operettes, die geen al te grote successen waren. Zijn vierde operette echter bracht hem roem en fortuin en zorgde ervoor dat zijn naam niet uit de geschiedenis van de Franse operette is weg te denken: Les cloches de Corneville. Het tekstboek ervan, geschreven door een gepensioneerde commissaris van politie, Gabet en Clairville, was eerst aangeboden aan Hervie, die er allerlei veranderingen in wilde aanbrengen. De auteurs waren het daarmee niet eens en trokken de tekst terug. Het succes van Les cloches de Corneville - elf maanden na de première waren er in Parijs al driehonderd opvoeringen van gegeven - bleef niet tot Frankrijk beperkt. In Duitsland en Oostenrijk werd het werk weldra overal opgevoerd, maar ook in Amerika en Engeland werd Planquettes naam erdoor bekend.